QR Henri Van Gompel

Henri Van Gompel werd geboren te Leopoldsburg op 3 november 1919. Hij huwde met  Alexine Baerts.

Hij deed zijn middelbare studies in St.-Michiels. Verder waren hij en zijn broer Leopold erg actief bij de scouts. Met hun vriend Fernand Vanbael vormden zij een interessant trio voor eventuele verzetsactiviteiten.

Henri werd in 1939 gemobiliseerd, nam deel aan de 18-daagse veldtocht en werd een tijd krijgsgevangen genomen.

Henri Van Gompel was schilder van beroep. Na zijn diensturen werkte hij in het Soldatenheim als kelner in de Mess Albert.

Begin 1941 sloot hij zich aan bij de inlichtingsdienst MARC en bracht het tot  overste van zijn sector. Volgens een Duitse beschuldigingsacte werd hij evenwel slechts vanaf de herfst 1942 op verzoek van de barones De Heusch voor MARC aangeworven. Hij kreeg opdrachten van de in Hasselt afgezette stadssecretaris Melchior.

Een voorbeeld uit de talloze berichten die hij verzond: “Op 18, 19 en 21 mei 1943 verlaten 2200 troepen van ‘Freies Indiën’ het Kamp van Beverlo en vertrekken vroegtijdig naar het eiland Texel. Deze Indiërs zijn erg Engelsgezind en laten dit blijken. De Duitsers vertrouwen hen niet.” Een ander overgemaakt bericht over zijn standplaats luidde: ”Het Duits effectief op dit ogenblik: 1 generaal, 1 commandant, de Ortskommandantur, 3 Feldgendarmen, 800 mariniers en 300 SS’ers.”

Van Gompel moest van Melchior in het gebied tussen Beverlo-Balen en Lommel-Kerkhoven-Leopoldsburg alle troepenbewegingen gadeslaan. Kernobservaties bij Henri’s spionageactiviteit kwamen neer op het bespieden van militaire installaties en het nagaan hoe sterk de bezetting van ‘Beverlo’ (= Leopoldsburg) was en uit welke wapens zij bestond. Verder moest hij kijken of er luchtafweer voorhanden was, welke tactische tekens de Wehrmachtrijtuigen droegen en de veldpostnummers registreren. Ook interesseerde het ‘zijn baas’ Melchior zeer vanwaar de soldaten in ‘Beverlo’ kwamen en waar ze naartoe gingen. Hij maande Van Gompel aan om hulpkrachten te werven. Aldus recruteerde die   Lemmens, De Ryck, Torfs, Vanbael en Van Heel. Zij zorgden voor berichten over de sterkte van de troepen, bruggenwachten en Wehrmachtwagens. Beroepsmilitair Wauters en Leon Leynen zorgden voor het doorseinen van het verkregen spionagemateriaal. Na de aanhouding  van Francois Melchior in Hasselt op 22 juni 1943 en Leo Leynen op 31 juli 1943 zag de toekomst er donker uit voor Henri Van Gompel. Henri Machiels en Van Gompel werden op 16 september 1943 door de Geheime Feldpolizei aangehouden en in de Begijnenstraat te Antwerpen opgesloten. Henri zat er vier maanden in afzondering. Ondervoed werd hij dan naar Gross-Strehlitz gevoerd om er in onmenselijke omstandigheden te werken. Hij overleefde nog de werkkampen van Labando en Buchenwald en werd op transport gezet naar Theresienstadt. Onderweg sprongen hij en Theo Lemmens van de treinwagen en zochten hulp bij een boer. Deze hielp hen aanvankelijk maar leverde hen tenslotte toch over aan de politie.

Toen de Russische tanks half februari ’45 het kamp van Terezin binnenreden, was het voor Henri reeds te laat. Zoals duizenden anderen in het kamp leed hij aan tyfus. Hij overleed er op 10 mei 1945.