QR Fernand Van Bael

Fernand Van Bael werd geboren te Genk op 18 november 1921. Zijn vader Louis was spoorwegbediende in het station van Bokrijk. Moeder zorgde voor het gezin met een tweelingbroer en een oudere zoon Leon. De drie broers, die een hechte band hadden, sloten zich aan bij de scouts en gingen door het leven als vrienden van scoutsverkenner Marcel Torfs. Later tekende Fernand als beroepsvrijwilliger bij het 1ste Jagers te Paard. Na de capitulatie werd ook hij zoals zijn vader tewerkgesteld bij de spoorwegen.

Michel Kenens en Frans Sels sloten hem in maart 1941 aan bij het verzet, Groep G.. Dat noteert Kenens in een persoonlijk schrijven.

Zijn vader verraste zoon Fernand eens toen die foto’s van zijn vrienden verbrandde. Hij vertelde zijn vader dat hij zijn vrienden niet in gevaar wilde brengen als ze hem zouden aanhouden en daar bezwarende foto’s zouden aantreffen. Over zijn aansluiting bij groep G. vertelde hij zijn vader evenwel niets. Kenens vermeldt dat Fernand Van Bael behulpzaam was bij de opstelling, het stencilen en het aftrekken van het ondergronds sluikblad ‘Nationale Actie-Action Nationale’. Dat blad werd gedrukt in de Broederschool te Leopoldsburg. Het verscheen eens per maand op 1000 exemplaren. Zijn medewerkers bij het sluikblad, René Kempeneers uit Oostham en Kenens, verkochten het blad ten voordele van onderduikers en actieagenten. Ook Fernand was een gedreven verkoper van het sluikblad. Dat stelt Michel Kenens over zijn adjunct Fernand Van Bael.

Fernand hielp actief mee aan de koolzaadslag in 1942-1943, waarbij het door de nazi’s gegeerde koolzaad (omwille van zijn olie) door het verzet werd geviseerd. Koolzaadvelden gingen massaal in de vlammen op.
Op 20.10.1942 nam Fernand actief deel aan een overval in Genenbos. Wapens en munitie werden bij een collaborateur buitgemaakt.

Fernand reed iedere zaterdag van Lommel naar Mol om de sterkte van de Duitse troepen op te nemen. Verder verzamelde hij inlichtingen aangaande de opstelling van aldaar gekantonneerde SS-troepen. Door zijn contact met zijn vriend Henri Van Gompel leerde hij de Duitse troepenbewegingen te volgen. Het militair kamp van Leopoldsburg beschouwden de Duitsers als een vooruitgeschoven locatie waar troepen konden uitrusten en opnieuw bevoorraad worden. Voor de geallieerden was het van belang de verzamelde gegevens van verschillende agenten met elkaar te vergelijken. Zo kreeg Londen betrouwbare informatie over het kamp. Zijn opzoekingswerk te Lommel om een parachutageterrein in kaart te brengen, werd hem evenwel fataal.

Door vergelijking van de activiteiten en de data van aanhouding van meerdere agenten kan men besluiten dat de Duitse contraspionage in de herfst van 1943 een idee had van de omvang en de methodes van het MARC-netwerk. De bezetter ging dan ook over tot de aanhouding van Henri Van Gompel, Theo Lemmens, Fernand Van Bael en Marcel Torfs.

Fernand en Marcel werden op 21 september overgebracht naar de gevangenis in de Begijnenstraat te Antwerpen. Zij hielden er contact met elkaar door via de buizen van de waterleiding te seinen, hetgeen ze bij de scouts geleerd hadden. In deze gevangenis ontmoette Fernand ook Albert De Rijck, Jean Ducalet , André Denis en Felicien Van Heel. Deze laatste verklaarde later dat Fernand hem had verklaard dat hij inlichtingsagent was voor de kanaalsector van Lommel tot Mol.

Samen met Marcel zat Fernand in het konvooi van Gross-Strehlitz. Fernand was toen al erg uitgeput. Desondanks kwam hij terecht in de steengroeven van Gross-Rosen. Hij kwetste zich aan de knie en verzwakte zienderogen bij gebrek aan verzorging. Hij overleed er op 7 november 1944. Leopoldsburg was toen al bevrijd.